zondag 27 juli 2025
om 10.00 uur in Etten
Kerkdienst in Etten met Koffiedrinken
Voorganger(s): Ds. J. Fischer
Ouderling(en): Willem v.d. Berg
U kunt de dienst online volgen via https://kerkdienstgemist.nl/stations/2359/events/event/16189407-202507271000
27 juli ’25, Etten
Voorganger: ds. Jan Fischer
Organist: Bert Kleinhesselink
Ouderling van dienst: Willem van den Berg
Diaken: Bart Visscher
Lector: Wim Land
Koster, beeld, geluid: Ans Lubbers
LITURGIE:
Orgelspel
Welkom door de Kerkenraad
We zingen als Intochtlied: Lied 275, 1+2+3
1 Heer onze Heer, hoe zijt Gij aanwezig
en hoe onzegbaar ons nabij.
Gij zijt gestadig met ons bezig,
onder uw vleugels rusten wij.
2 Gij zijt niet ver van wie U aanbidden,
niet hoog en breed van ons vandaan.
Gij zijt zo mens´lijk in ons midden
dat Gij dit lied wel zult verstaan.
3 Gij zijt onzichtbaar voor onze ogen
en niemand heeft U ooit gezien.
Maar wij vermoeden en geloven
dat Gij ons draagt, dat Gij ons dient.
Bemoediging en groet
Voortzetting Intochtlied: Lied 275, 4+5
4 Gij zijt in alles diep verscholen,
in al wat leeft en zich ontvouwt.
Maar in de mensen wilt Gij wonen
met hart en ziel aan ons getrouwd.
5 Heer onze Heer, hoe zijt Gij aanwezig
waar ook ter wereld mensen zijn.
Blijf zo genadig met ons bezig,
tot wij in U volkomen zijn.
Korte inleiding op de viering
Gebed om ontferming
Glorialied: Lied (psalm) 92, 1+2
1 Waarlijk, dit is rechtvaardig / dat men de Here prijst,
dat men Hem eer bewijst / zijn naam is eerbied waardig
Wij loven in de morgen / uw goedertierenheid,
ook als de nacht zich spreidt / houdt ons uw hand geborgen.
2 Gezegend zal Hij wezen / die ons bij name riep,
die zelf de adem schiep / waarmee Hij wordt geprezen;
laat alom musiceren, / met stem en instrument,
maak wijd en zijd bekend / de grote naam des Heren.
Regel voor ons leven
Antwoordlied: Lied 119 a, 1+4
1 Uw woord omvat mijn leven
en tilt het aan het licht.
Hebt Gij zo door uw spreken
niet alles opgericht?
Uw woord zet mij op vaste grond
en vult met louter leven
de woorden in mijn mond.
4 God, laat mij nooit verliezen
de vreugde om uw woord,
de moed mijn weg te kiezen
waar ik uw voetstap hoor.
En overtuig mij dag aan dag
dat Gij mij hebt geroepen,
ja, dat ik leven mag!
Gebed bij de opening van het Woord
Lezing uit het Eerste Testament: Prediker 2, 1 t/m 11
Antwoordlied: Lied 797, 1+2+3+7+8
1 Ach hoe vluchtig, ach hoe nietig
is der mensen leven!
Zoals nevelen verschijnen,
zoals nevelen verdwijnen,
zo zal ook de mens verkwijnen.
2 Ach hoe nietig, ach hoe vluchtig
zijn der mensen dagen!
Als op wateren die stromen
en niet meer tot stilstand komen
wordt ons leven meegenomen.
3 Ach hoe vluchtig, ach hoe nietig
is der mensen vreugde!
Al het heden wordt verleden,
licht wordt donker, – snel vergleden
zijn der mensen heerlijkheden.
4 Ach hoe vluchtig, ach hoe nietig
is der mensen glorie!
Die in hoogheid zijn gezeten
en met God zich durven meten,
in de dood zijn zij vergeten.
8 Ach hoe nietig, ach hoe vluchtig
is der mensen wezen!
Al ons doen en al ons streven,
heel de wereld duurt maar even.
Wie God vreest zal eeuwig leven.
Lezing uit het Tweede Testament: Lucas 12, 13 t/m 21
Overdenking
Meditatief orgelspel
We zingen: Lied 905, 1 t/m 4
1 Wie zich door God alleen laat leiden,
enkel van Hem zijn heil verwacht,
weet Hem nabij, ook in de tijden
die dreigend zwart zijn als de nacht.
Want wie op God alleen vertrouwt,
heeft nooit op zand zijn huis gebouwd.
2 Wat is de winst als ik vol zorgen
mijn lot met ach en wee beklaag?
Vind ik er baat bij elke morgen
de dag te zien als nieuwe plaag?
Want ons verdriet en onze nood
worden door klagen maar vergroot.
3 Laat dan uw stilte ook uw kracht zijn
en leef uw leven opgewekt.
Laat Gods genade u genoeg zijn,
die voor u uit zijn sporen trekt.
Hij is het zelf die ons voorziet;
wat ons ontbreekt ontgaat Hem niet.
4 Zing maar en bid, en ga Gods wegen,
doe wat uw hand vindt om te doen.
Weet dat de hemel zelf u zegent,
u brengt naar weiden fris en groen.
Wie zich op God alleen verlaat,
weet dat Hij altijd met ons gaat.
Dankgebed en voorbeden ; stilte ; Onze Vader
Mededelingen / collecteaankondiging
We zingen als slotlied: Lied 978, 1+3+4
1 Aan U behoort, o Heer der heren,
de aarde met haar wel en wee,
de steile bergen, koele meren,
het vaste land, de onzekere zee.
Van U getuigen dag en nacht.
Gij hebt ze heerlijk voortgebracht.
3 Gij hebt de bloemen op de velden
met koninklijke pracht bekleed.
De zorgeloze vogels melden
dat Gij uw schepping niet vergeet.
’t Is alles een gelijkenis
van meer dan aards geheimenis.
4 Laat dan mijn hart U toebehoren
en laat mij door de wereld gaan
met open ogen, open oren
om al uw tekens te verstaan.
Dan is het aardse leven goed,
omdat de hemel mij begroet.
Zegen
|